De Egyptenaren

 

egypte kat

 

 

 

 

De oude Egyptenaren beschouwden katten als de belichaming van de vruchtbaarheidsgodin Bast, ook bekend als Bastet. Bastet had oorspronkelijk een leeuwenkop, maar naarmate de huiskat meer ingeburgerd raakte, werd ze steeds vaker afgebeeld als een kat of als een vrouw met een kattenkop.
Het oude symbool Ru kwam voor in vele magische teksten in een tijd waarin kat en vrouw als één werden aanbeden, en heeft de vorm van een een halfverwijde pupil van een kattenoog
In het oude Egypte vertrouwden de mensen erop dat een levende kat de kracht had hen te beschermen tegen alle ziekten. Het houden van katten was in die tijd nogal kostbaar. Als men zich geen levende kat kon veroorloven, droeg men een amulet met een voorstelling van een kat. Deze amulet was gezegend in de tempel van Bastet

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Herkomst

 

De vele afbeeldingen en beelden van katten uit het oude Egype zouden veel overeenkomsten vertonen met de Abessijn.
Anderzijds stellen vondsten zonder uitzondering katten voor met een oosters, slank uiterlijke en wigvormigep kop en schuin ingeplante amandelvormige ogen, waardoor de Siamees of een inmiddels uitgestorven plaatselijke Egyptisch kat, eerder tot mogelijkheden behoort.

 

basted

 

 

De vele afbeeldingen en beelden van katten uit het oude Egype zouden overeenkomsten vertonen met de Abessijn.
Anderzijds stellen vondsten zonder uitzondering katten voor met een oosters, slank uiterlijk en wigvormigep kop en schuin ingeplante amandelvormige ogen, waardoor de Siamees of een inmiddels uitgestorven plaatselijke Egyptisch kat, eerder tot mogelijkheden behoort.

 

zulaets

 

 

 

 

 

De allereerste Abessijns kat is in 1868 door veldmaarschalk Sir Robert Napier uit Ethiopië (Abessinië) mee naar Groot-Britannië werd genomen.
Deze kat, Zula genaamd, vertoonde de typische "ticking" in de vacht, maar leek ver in weinig opzichten op onze moderne Abessijn. Men denkt dat Zula de stammoeder is van alle Abessijnen.
De Abessijn werd vanaf 1882 erkend in Groot Britannië.

 

 

 

aby leiden

 

 

Het Zoölogisch Museum in Leiden heeft een opgezette Abessijn aangekocht rond 1833-1834, deze lijkt op de hedendaagse Abessijn en draagt de titel:

"Patrie, domestica India".

 

 

 

 

 

 

Het Karakter

 

Abessijnen zijn extroverte, eigenzinnige en intelligente katten. Ze zijn niet "erg" opdringerig, maar ze beschikken over een bijzonder elegante manier om hun bedoelingen aan de eigenaar duidelijk te maken. Aby's zijn echte persoonlijkheden, met een sterk eigen karakter. Ze hebben veel contact met de gezinsleden nodig om zicht prettig te voelen en zullen zeker wegkwijnen of protesteren als ze de hele dag aan hun lot worden overgelaten Ze behoren bij het gezin en ze willen graag overal bij betrokken worden. Met andere katten gaan ze redelijk goed om.
Abessijnen staan bekend om hun itelligentie en slimheid, maar ook om hun nieuwgierigheid. Werkelijk alles wat nieuw in huis komt wordt uitgebreid onderzocht en gekeurd, hetzij de boodschappentas of een nieuw meubelstuk. Verder zijn ze speels en ondernemend tot op hoge leeftijd en als ze uitgespeeld zijn dan worden ze graag urenlang geknuffeld.

 

 

Het Lichaam

 

Aby Maicis

 

 

Het gespierde, stevige en lenige lichaam van de Abessijn is middelmatig lang en van een gematigd oosters type.

Het mag niet te groot of te grof zijn, en zeker niet gedrongen.

De poten zijn naar verhouding slank, met een fijne bottenstructuur. De sierlijke voetjes zijn klein en ovaal.

De staart van de Abessijn is tamelijk lang, breed aan de basis en toelopend in een punt.

 

 

 

De Kop

 

Nisje

 

 

 

De kop is breed en gematigd wigvorming de neusrug vertoont een lichte welving en de kin is zeer stevig.

In het ideale geval vormen de kin en neus van opzij gezien een rechte, verticale lijn.

De amandelvorige ogen zijn schuin in de kop geplaatst en hebben een levendige uitdrukking.

De relatief grote oren zijn laag aangezet, ze zijn breed aan de basis en lopen puntig toe. Aan de binnenkant is het oor onbehaard, maar kleine oorpluimpjes op de oortopjes zijn een pluspunt.

 

 

 

 

 

 

De Vacht

 

De veerkrachtige vacht van de Abesijn is tamelijk kort, fijn en zijdeachtig van structuur en ligt dicht tegen het lichaam aan. Er kan een verschil zijn tussen de vacht van de oude lijnen en de nieuwe lijnen. Soms is de vacht van de oude oude lijnen iets langer en wolliger.

 

 

De Kleuren

 

De oorspronkelijke vachtkleur van de Abessijn is de wildkleur, "ruddy". In de loop van de tijd zijn er uit deze oorspronkelijke kleur verschillende andere aantrekkelijke vachtkleuren ontstaan, maar de aftekeiningen op de vachtzijn gelijk gebleven. Zo zijn de achterkant van de achterpoten en de voetzolen ongeacht de basiskleur van de vacht, altijd donkerder dan de rest van de vacht. Alle Abessijnen vertonen opvallende "ticking" in de vacht.
De oogkleur is ongeacht de vachtkleur barnsteenkleurig, groen of geel, maar bij voorkeur zo zuiver mogelijk.
De meest voorkomende kleuren : Wildkleur, Sorrel, Blauw, Fawn.

 

 

De Ticking

 

ticking

 

 

 

Op elk afzonderlijke haartje wordt de basiskeleur van de vacht afgewisseld door twee of drie donkerderder gepigmenteerde banden, zoals dat ook bij het wild konijn voorkomt. De haarpunt moet altijd donker gepigmenteerd zijn. De ticking moet zo zuiver mogeijk zijn en strepen of vlekken in de vacht (vooral op hals en poten) zijn ongewenst.

 

 

 

 

 

 

Alle kleurvariëteiten mogen enig wit op de kin en snorhaarkussentjes vertonen, maar het wit mag absoluut niet te ver doorlopen.

 

Rasstandaard Fifé

 

Rasstandaard CFA